Test: Wat is jouw leerstijl?

Hieronder staan vragen a t/m j, met steeds 3 antwoorden.
Print dit document en omcirkel bij antwoord een 1, 2 of 3 om aan te geven wat je het meest op jou van toepassing is. 3=meest, 2=neutraal, 1=minst.

a.

 

 

 

Op een terrasje vind ik het leukst om:

 

 

1

2

3

lekker ontspannen te zitten.

K

 

1

2

3

naar andere mensen te kijken.

V

 

1

2

3

te luisteren naar andere mensen e/o naar muziek.

A

b.

 

 

 

In mijn manier van spreken gebruik ik vaak:

 

 

1

2

3

ik hoor wat je zegt …

A

 

1

2

3

ik zie het als volgt…

V

 

1

2

3

ik heb het gevoel dat …

K

c.

 

 

 

Als ik aan mijn moeder denk dan

 

 

1

2

3

krijg ik een bepaald gevoel.

K

 

1

2

3

zie ik eerst het beeld, een plaatje.

V

 

1

2

3

hoor ik eerst haar stem.

A

d.

 

 

 

Mijn manier van spreken kan getypeerd worden doordat ik

 

 

1

2

3

Gelijkmatig en goed articuleer.

A

 

1

2

3

graag veel en snel praat.

V

 

1

2

3

rustig en langzaam en niet veel praat.

K

e.

 

 

 

Ik vind het prettig als iemand

 

 

1

2

3

snel praat.

V

 

1

2

3

rustig en langzaam praat.

K

 

1

2

3

gelijkmatig praat.

A

f.

 

 

 

Uitgaan vind/vond ik het leukst naar

 

 

1

2

3

een discotheek, danscafé.

V

 

1

2

3

een kleine gezellige kroeg.

K

 

1

2

3

een Grand Café waar je verstaanbaar bent.

A

g.

 

 

 

Bij een auto let ik meestal op

 

 

1

2

3

geluid van de motor en de argumenten van de eigenaar/verkoper.

A

 

1

2

3

de vormgeving, het design, het dashboard en de afwerking.

V

 

1

2

3

hoe de stoelen zitten en hoe de bekleding aanvoelt.

K

h.

 

 

 

Als beroepsuitoefening kies ik voor

 

 

1

2

3

overbrengen van kennis en goed luisteren.

A

 

1

2

3

actie, observeren en vrijheid.

V

 

1

2

3

teamgevoel, collega’s en fysieke inzet.

K

i.

 

 

 

Ik word warm van binnen als een vertrouwd iemand

 

 

1

2

3

naar mij kijkt.

V

 

1

2

3

me aanraakt.

K

 

1

2

3

iets tegen mij zegt.

A

j.

 

 

 

Als ik met iemand praat

 

 

1

2

3

kijk ik die persoon aan en recht vooruit.

A

 

1

2

3

kijk ik regelmatig naar beneden.

K

 

1

2

3

kijk ik ergens anders naar, om me heen en in de lucht.

V


Vul in onderstaande tabel je score in per antwoord. De regels die bij de antwoorden onder elkaar staan, hebben in deze tabel een vakje naast elkaar. Achter de regels staan de letters (V, A of K). 

 

V

A

K

a.

 

 

 

b

 

 

 

c.

 

 

 

d

 

 

 

e

 

 

 

f

 

 

 

g

 

 

 

h

 

 

 

I

 

 

 

j

 

 

 

Som

 

 

 
















De Totaalscore geeft relatieve voorkeur van leerstijl aan.

Verklaring van de letters: A=auditief (luisteren), V=Visueel (zien), K=Kinesthetisch (doen).

Je gebruikt meestal die stijl bij woordgebruik/ motivatie en om iets voor elkaar te krijgen. Leren gaat beter als je weet welk zintuig (luisteren, zien, doen) het beste als ingangskanaal gebruikt kan worden. In de training gaan we verder in op de uitslag van deze test.


  Om niet te gaan vergeten!  terug